Kunst is geen ongevaarlijk snuisterijtje
Omdat ik de schriftelijke bevestiging heb bewaard, kan ik met zekerheid zeggen dat ik Margriet de Moor tien jaar geleden voor het eerst heb geïnterviewd, in zaal Braakhekke te Bathmen. Het was precies zo ver weg als het klinkt. Nee, verder nog in ons geval, omdat we onderweg een paar keer verdwaalden. Ter plekke aten we eerst wat, voordat we zaal Braakhekke betraden. Een literaire avond in de provincie – maar wel zaterdag, het publiek gekleed als voor een heuse avondje uit, en toen het gordijn werd opengetrokken bleken we midden op de bühne te zitten, frontaal voor een barstensvolle zaal. Margriet schrok minder dan ik. ‘Na afloop niet te veel vragen uit de zaal,’ had ze met me afgesproken, ‘ik geef je wel een teken.’ Dat bleek een gerichte tik van haar linkerschoen tegen mijn rechterkuit te zijn. Tien minuten later verlieten we de zaal. Margriet de Moor is een professional. Bij het tweede gesprek, zonder publiek gevoerd bij haar thuis in 2001, herinnerde ze zich alles van Bathmen nog. Maar die tik ontkende ze, want zoiets doet een welgemanierd persoon niet. Zodat ik hierbij de zojuist gedane onthulling intrek. Margriet de Moor heeft mij tien jaar geleden in Bathmen onder tafel dus géén tik verkocht.
De titel Kreutzersonate (2001) wijst op een voorgeschiedenis. Onmiddellijk. Kunst komt voort uit kunst, en in dit geval gebeurt dat onverbloemd. Op het moment dat ik hoorde dat er een strijkkwartet bestaat van Janacek uit 1923 dat ‘Kreutzersonate’ heet, bestond mijn boek eigenlijk al. Tijdens het schrijven ben ik terloops in die voorgeschiedenis gedoken. Samenvattend: Beethoven is de eroticus, Tolstoj de jaloerse, Janacek de medelijdende, en in mijn boek gaat het om verzoening.
Beethoven heeft in 1802 een vioolsonate geschreven, die hij liet spelen door de Franse violist Rodolphe Kreutzer. Beethoven had geen literaire bedoelingen, maar ik maak ervan dat het hoofdthema van zijn stuk de erotiek is. Waarom? Vanwege Tolstoj, in wiens novelle De Kreutzersonate uit 1891 een man en een vrouw die dat stuk spelen, op elkaar verliefd worden. De echtgenoot van de vrouw, het miezerige landeigenaartje Pozdnysjew op, wordt razend jaloers. Tijdens een treinreis vertelt hij een medereiziger in terugblik over zijn mislukte huwelijk, dat is uitgemond in de moord op zijn vrouw. Tolstojs novelle is negatief: over seksualiteit, het huwelijk, en ook over de muziek.
Beide muzikale Kreutzersonates zijn kamermuziekstukken – een vorm die mij dierbaar is vanwege de transparantie, bovendien worden de experimenten in de muziek vaak door kamermuziek in gang gezet – en er is dus de novelle van Tolstoj. Zoiets bepaalt de omvang van wat je wilt maken: daar zet je geen driedelige roman tegenover. Dat mijn boek een compacte vorm moest krijgen, was in hetzelfde moment duidelijk dat ik tot mijn Kreutzersonate besloot. De titel is quasi-argeloos: bestaat er een verhaal waarin een Beethovensonate een rol speelt? O, nou, déze Kreutzersonate wordt in gang gezet door een strijkkwartet van Janacek.
Negen maanden lang heb ik er minstens vier uur per dag aan gewerkt. Om tien uur ’s ochtends begin ik altijd. Is om twee uur ’s middags één pagina af, dan ben ik zeer tevreden. Ik schrijf één versie, met de hand.
Het verhaal van Tolstoj is typisch Russisch: mensen in een trein vertellen elkaar hun levensverhaal. Dat is de negentiende eeuw. Ik schrijf een eenentwintigste-eeuwse Kreutzersonate. Mijn personages reizen per vliegtuig, van Brussel naar Bordeaux, en van Schiphol naar Salburg. Die tripjes gaan te snel voor een levensverhaal. Dus hebben mijn vliegtuigen vertraging, en de redenen daarvoor hebben te maken met gevaar. Gevaar is het onderliggende thema van alle gebeurtenissen, het is de toonsoort van deze roman waarin een blinde criticus, Marius van Vlooten, zijn levensverhaal vertelt aan een meereizende jonge musicoloog.
Je introduceert de blinde met een zin die ook bijna tastend is: ‘Ik nam hem van terzijde op, zag zijn tevreden gezicht, maar begreep het fijne van zijn kunststukje later, toen ik had gehoord van het bijzondere soort waarneming, het heel subtiele systeem dat sommige blinden ontwikkelen om obstakels op te merken, om bomen, lantaarnpalen, vuilcontainers, glasbakken, fietsenrekken die hun route versperren op een meter of twee afstand gewaar te worden, ze als een vast lichaam te lokaliseren, als een aanwezigheid in het donker die een signaal uitzendt, zwak, voor de gewone mensenzintuigen is het niet op te vangen, het is ook een heel kwetsbaar iets, deze frequentie van de nacht, in principe alleen betrouwbaar in een zeer stille omgeving, maar het komt weleens voor, in nood, of op een moment van opperste wilskracht, dat het de blinde ook in de herrie lukt het wonderbaarlijke instrument te benutten dat als een akoestisch web over de huid van voorhoofd, neus en wangen uitgespreid ligt en met een lichte druk een sensatie toelaat die men vroeger wel degelijk kijken noemde, niet met de ogen, maar met het hele gezicht.’
Lange zin. Het moest er beslist maar één zijn. Nu je hem zo voorleest, zie ik pas zelf dat hier de verbinding tussen oor en oog wordt gelegd. Hoe luisteren onder bepaalde omstandigheden kijken kan worden.
Is zoiets een speciale opgave die jij je stelt? Nu is het een blinde, maar eerder heb je een autistisch kind beschreven in Eerst grijs dan wit dan blauw (1991) en een castraatzanger in De virtuoos (1993).
Ik schrijf graag over personen en dingen die me vreemd zijn.
Waarom. Je kunt toch ook gewone mensen nemen?
Nou ja, de blinde criticus is misschien uitzonderlijk. Anderzijds: er komen in de werkelijkheid veel blinden, autisten en rare musici voor. Er zijn behoorlijk veel ongebruikelijke mensen, vind ik.
Jawel, maar er zijn ook veel boeken waarin mensen zonder handicaps figureren. Jij zoekt ze op.Ach, de een neemt een incestervaring en ik neem dit. De blinde Van Vlooten doet zijn verhaal, dat gaat over zijn liefde voor een violiste, een verhouding die vanaf het begin onder spanning staat door toedoen van de muziek. Net als de vorige roman Zee-Binnen (1999) handelt Kreutzersonate over gevaar dat de personages van buitenaf bedreigt. In Kreutzersonate is dat gevaar tweeledig: het muziekstuk zelf is gevaarlijk, de tonen van het strijkkwartet die verleiden en manipuleren. Daarbij is de hele entourage, die van het vliegen, gevaarlijk.Bijna sinister actueel, na de aanslagen in New York. Mijn hart begon te bonzen toen ik voor het eerst een hoofdstuk uit dit boek voor publiek voorlas, kort na 11 september. En Zee-Binnen heeft een motto van Guimaraes Rosa: “Want, leven is heel gevaarlijk...” Kreutzersonate is een variatie op dat thema. Met een derde boek, dat er al is, maar dat ik nog wil bewerken, vormt het een drieluik dat tezijnertijd in één band zal worden samengebracht.Janacek heeft zich geërgerd aan de novelle van Tolstoj, omdat hij deernis voelde met de gekwelde vrouw. Ik ben het strijkkwartet gaan beluisteren, en vond dat de Tolstoïaanse jaloezie daarin toch nog sterk te bespeuren is, om het zo te zeggen: ónder het protesterend commentaar van Janacek.
